In de Formule 1 krijg je punten als je in de top 10 finisht in een race, waarbij de winnaar de meeste punten krijgt en de tiende plaats nog één punt krijgt. Daarnaast zijn er in sprintraces aparte (lagere) punten voor de top 8, en bij een sterk ingekorte race gelden aangepaste puntenverdelingen.
Punten per race (normaal)
Bij een volledige Grand Prix geldt sinds jaren hetzelfde schema voor de top 10. De punten per positie zijn:
- 1e plaats: 25 punten.
- 2e: 18 punten.
- 3e: 15 punten.
- 4e: 12 punten.
- 5e: 10 punten.
- 6e: 8 punten.
- 7e: 6 punten.
- 8e: 4 punten.
- 9e: 2 punten.
- 10e: 1 punt.
Sprintraces
Bij sprintraces zijn er minder punten te verdienen en alleen voor de top 8. Typisch geldt:
- 1e: 8 punten, 2e: 7, 3e: 6, 4e: 5, 5e: 4, 6e: 3, 7e: 2, 8e: 1.
Ingekorte races
Als een race voortijdig wordt afgebroken, worden punten verminderd afhankelijk van het percentage van de afgelegde raceafstand. Bijvoorbeeld:
- Tussen meer dan 2 ronden en 25% afstand krijgt alleen de top 5 punten (met 6 voor P1).
- Tussen 25% en 50% krijgt de top 9 punten, in een aangepast schema (bijv. 13 voor P1).
- Tussen 50% en 75% krijgt de top 10 punten volgens een iets verlaagd schema (bijv. 19 voor P1).
Teams (constructeurs)
Teams scoren punten door de punten van hun beide coureurs op te tellen per race. Een team dat bijvoorbeeld 1e en 2e wordt, pakt 25 + 18 = 43 punten in het constructeurskampioenschap.
